Tweede verblijf

Welke belastingen moet ik betalen op mijn tweede verblijf?

De belastingen die gehoffen worden op uw tweede verblijf verschillen ietwat van wat u betaalt op uw gezinswoning. Hier volgt een overzicht van wat u mag verwachten in uw brievenbus om te betalen op uw tweede verblijf:

  • Aanslagbiljet voor onroerende voorheffing
  • Aanslagbrief voor lokale belastingen
  • Belastingaangiftebrief voor persoonlijke belastingen

Onroerende voorheffing

Wie vastgoed bezit, krijgt jaarlijks een aanslagbiljet voor de onroerende voorheffing in de brievenbus. Dat geldt voor de eigen gezinswoning, maar ook voor tweede verblijven (al dan niet verhuurd). De onroerende voorheffing is berekend op het geïndexeerde kadastraal inkomen (KI), een geschatte nettohuuropbrengst.

Hoeveel belastingen u effectief moet betalen, hangt af van waar uw tweede verblijf ligt:

  • Vlaams Gewest: basisheffing van 2,5%
  • Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 1,2%

Bovenop die basisheffing komen gemeentelijke en provinciale opcentiemen.

Lokale belastingen

Daarnaast bestaan er nog tal van andere belastingen. Welke dat precies zijn en hoe hoog de aanslagvoet is, staat in het gemeentelijk reglement.

Vaak voorkomende taksen voor tweede verblijven zijn:

  • leegstandsheffing (voor panden die minstens twaalf maanden leegstaan)
  • forfaitaire milieubelasting
  • forfaitaire huisvuilbelasting

En de belastingbrief?

Wie een tweede verblijf bezit, moet dat jaarlijks aangeven in zijn belastingaangifte, zelfs wanneer het niet verhuurd is. U geeft dan het niet geïndexeerd KI in uw aangifte op. Daarna betaalt u belastingen op het geïndexeerd KI verhoogd met 40 procent.

De interesten op leningen aangegaan om het tweede verblijf te kopen of renoveren kunt u wel aftrekken. Wat overblijft, valt onder uw hoogste aanslagvoet.

Wanneer u uw tweede verblijf wel verhuurt, zijn er twee mogelijkheden:

  1. U verhuurt aan particulieren

    Wanneer u de woning ongemeubeld verhuurt, betaalt u belastingen op het KI verhoogd met 40 procent. Wanneer u de woning gemeubeld verhuurt, beschouwt de fiscus 40 procent van het KI als roerend, namelijk door het meubilair. Nadat u een kostenforfait van 50 procent heet afgetrokken, betaalt u op het resterende bedrag 15 procent belastingen. De rest van het KI, verhoogd met 40 procent, valt net als bij een ongemeubeld tweede verblijf onder uw hoogste aanslagvoet. Opnieuw kunt u de interesten van een woninglening in mindering brengen.

  2. U verhuurt aan zelfstandigen of bedrijven

    Wanneer u uw tweede verblijf verhuurt voor beroepsdoeleinden, betaalt u belastingen op het netto onroerend inkomen. Dat is de huur verminderd met een forfaitaire kostenaftrek. Die bedraagt 40 procent van de huurinkomsten, met een maximum van twee derde van het KI. Opnieuw kunt u de interesten van een woninglening in mindering brengen.

Dus:

Wie zijn tweede verblijf aan particulieren verhuurt, betaalt dus geen belastingen op de werkelijke huurinkomsten. Met andere woorden: verhuren aan iemand die in uw tweede verblijf gaat wonen, is interessanter dan verhuren aan iemand die in uw tweede verblijf gaat werken.

Voor de volledigheid: in uw belastingbrief vermeldt u het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen onder de code 1106 (voor mannen) en 2106 (voor vrouwen).

Vind de juiste vastgoed investering:

Waar bent u naar op zoek?

DeVastgoedgids.be Een heldere kijk op beleggen en vastgoed